DE WATERPUTTEN IN SIBBE EN IJZEREN

 

In vroeger jaren lagen in Sibbe en IJzeren negen openbare drinkwaterputten
met daarop een zogenaamde puthuisje.
Dat was een houten of ijzeren constructie op een gemetselde onderbouw,
het geheel voorzien van een klein zadeldak gedekt met pannen of zink.
Vaak werd pas na enkele jaren een puthuisje op de waterput geplaatst.
Men moest zich dan zelf behelpen met een emmer en een lang hennepkoord.

 


IJzeren Groenstraat 9

 

Naar de zijde van het putwiel stak het dak een behoorlijk stuk over, om de nodige beschutting te geven.
De gietijzeren putwielen hadden globaal gezien overal een zelfde vorm en grootte.

Bij de put behoorden twee eikenhouten putemmers, voorzien van een zwaar
bandijzeren beslag en een zwaar smeedijzeren hengsel.
Een lege houten putemmer blijft immers op water drijven en daarom werd een putemmer
op deze manier met ijzer verzwaard en was het laatste stuk van het puttouw vaak voorzien
van een ijzeren ketting, waardoor de emmer omsloeg en deze vol water kon lopen.

Men noemde deze putemmer een "kubel" of "kiebel".
De beweging die men bij het waterputten maakte noemde men daarom ook wel "kiebelen".

Het water werd overgeheveld in twee daarvoor bestemde huishoudemmers en
vervolgens droeg men deze twee emmers met een "puthaam"
(een beukenhouten of wilgenhouten juk) naar huis.
Thuis werd het water dan overgegoten in een "putbaar"
(een aardewerken kruik met een inhoud van 20 tot 25 liter).

 


IJzeren hoek Kapelstraat / Limietstraat

 

De waterputten van Sibbe en IJzeren hadden een variabele diepte,
welke verband hield met de hoogte van het Sibber plateau.
De diepste en dus de hoogst gelegen waterput had een diepte van ruim 60 meter.
Deze put lag in de Sibberkerkstraat in Sibbe.
Over het algemeen muntte het water van deze putten uit in kwaliteit.
Waarschijnlijk vanwege de diepte en de aard van de aanwezige ondergrond (mergel).
In het krijtgebied was het bovengedeelte van een waterput vaak gemetseld
met vuursteen of silex, een steensoort die men vond in de mergellagen.
In de vaste mergel was het metselen van putwanden overbodig,
omdat de mergel zelf voldoende stabiel was.
Indien geen mergel aanwezig was werd de waterput opgemetseld uit bakstenen.

Als bij droogte diverse waterputten droog dreigde te vallen,
moest men voor het vee elders water gaan halen,
o.a: water uit de Molenbeek bij Schaloen,
water aan de Gronselenput,
water bij Schoonbron of
water achter Laval bij Strucht.

 


IJzeren Groenstraat 1

 

Rond het midden van de twintiger jaren van de vorige eeuw werd het
de inwoners van Sibbe en IJzeren heel wat gemakkelijker gemaakt.
Het waterleidingnet werd tot in deze woongebieden uitgebreid.
Voortaan was het openen van de tapkraan voldoende
om in een ommezien voldoende drinkwater in huis te hebben.

Toch bleven de oude waterputten nog jaren lang dienst doen,
omdat men voor de boterbereiding de voorkeur gaf aan koud bron-of putwater.
Dit bleef zo tot rond de tweede wereldoorlog (1940-1945).
Daarna vond de boterbereiding centraal plaats in "de melkfabriek".

De vroeger zo gewaardeerde openbare drinkwaterputten werden
toen totaal overbodig geacht en ook de charme van het puthuisje
zag men in die tijd niet meer zitten.
Legaal en illegaal werd in de putschacht alle soorten afval gestort.

De waterputten raakten vervolgens in onbruik, werden afgebroken
en gedempt of met een zware betonnen plaat afgedekt.

 


Sibbe 1938

 

Langs de Bergstraat te Sibbe heeft tot 1945
een openbare waterput met puthuisje gestaan.
zie rubriek "Historie" en knop: Sibbe, oude waterput in de Bergstraat.

 

In Sibbe zijn helaas geen puthuisjes meer aanwezig die de herinnering
aan de vroegere drinkwatervoorziening laten herleven.
In IJzeren daarentegen zijn gelukkig nog enkele putten en/of puthuisjes te bewonderen.
(zie de rubriek "Historie" onder de keuzeknop "IJzeren")