DE LIMBURGSE VLAG en VOLKSLIED ©

 

Provinciale Staten van Limburg hebben op 28 juli 1953 de provinciale vlag vastgesteld.

Deze is:
"twee horizontale banen van gelijke hoogte: boven zilver (wit),
beneden goud (goud-geel), van elkaar gescheiden door een
smallere baan van blauw; over alles heen, geplaatst aan de
broekzijde (stokzijde) en daarnaar gewend,
een gekroonde, rode leeuw met dubbele staart".
 

"wie sjoon oos Limburg is begriep toch neemus, alein dae zuuderling, dae Limburg leef is ......."

 

**************************************

 

Het Limburgs volkslied:  


"LIMBURG MIJN VADERLAND"  (31-01-1909)


Waar in 't bronsgroen eikenhout,
't nachtegaaltje zingt;
Over 't malsche korenveld
't lied des leeuwriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt
langs der beekjes boord:

Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord,
daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord !

-------

Waar de breede stroom der Maas,
statig zeewaarts vloeit;
Weeldrig sappig veldgewas
kostelijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bosch,
overheerlijk gloort:

Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord,
daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord !

-------

Waar der vad'ren schoone taal
klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en fier van aard
vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon,
't hart des volks bekoort:

Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord,
daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord !

-------

Waar aan 't oud Oranjehuis,
't volk blijft hou en trouw;
Met ons roemrijk Nederland,
één in vreugd en rouw;
Trouw aan plicht en trouw aan God,
heerscht van Zuid tot Noord:

Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord,
daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord !


 

toondichter: Henri Tijssen (1862-1926) / tekstdichter: Gerard Krekelberg (1864-1937)




 

***********************************

 

 

Op 31 januari 2009 bestond het Limburgs volkslied 100 jaar.

Het Limburgs volkslied was aanvankelijk bedoeld als een romantische
ode op de provincie Nederlands-Limburg.
Voor de oorsprong ervan moeten we naar Roermond.

Het Limburgse volkslied werd geschreven door de in 1864 te Neeritter
geboren Nederlandse onderwijzer Gerard Krekelberg.
Hij schreef de tekst waarschijnlijk op verzoek van Henri Tijssen,
dirigent van het Koninklijk Roermonds mannenkoor, die het lied
op 31 januari 1909 voor het eerst uitvoerde.
Beide auteurs waren tevens lid van het mannenkoor.

De in 1862 te Roermond geboren Henri Tijssen behaalde aan het
conservatorium van Luik zijn diploma's piano, compositie en directie.
Hij toonde heel veel interesse voor het volkslied.
Op zijn naam staat, naast o.a. het Limburgs volkslied, ook het Roermondse volkslied. 

Het bronsgroen eikenhout waarover Gerard Krekelberg dichtte waren de
(ondertussen verdwenen) eikenbomen rond het
kasteel "Borgitter" in Kessenich (België).
Dit kasteel ligt aan de boord van de Itterbeek op de grens met
de dorpskom van het Nederlandse Neeritter.

Na de dood van Gerard Krekelberg (Vlodrop 27-11-1937) werd door de
toenmalige gemeente Hunsel, waarin Neeritter was opgenomen,
het dorpsplein in Neeritter omgedoopt tot "Krekelbergplein".
Zijn geboortehuis staat er nog (Driessensstraat 7).

Het Limburgse volkslied telde aanvankelijk drie strofen.
Volgens sommige bronnen werd de derde strofe niet door Gerard Krekelberg
gedicht, maar werd deze achteraf door een onbekende persoon erbij gevoegd.
De vierde strofe werd in 1939 door J.M. Snackers, toenmalig president van
het Koninklijk Roermonds mannenkoor, toegevoegd wellicht om het
Oranjehuis gunstig te stemmen.

Het lied wordt zowel in Nederlands- als ook in Belgisch-Limburg
gezongen en geldt tegenwoordig als "volkslied" van beide Limburgen.
De vierde strofe is niet van toepassing op Belgisch-Limburg.

Vanaf het moment dat het Limburgse volkslied voor het eerst
gezongen werd, is het bijzonder populair geworden.
Niet alleen in de beide provincies Limburg.
In 1911 werd het in verschillende gewesten in binnen- en buitenland
gezongen en vaak (met gewijzigde tekst) als volkslied gebruikt.

Toondichter Henri Tijssen heeft met de melodie, die hij overigens op een dag
componeerde, de juiste musicale snaar van de mensen weten te raken.

In 1939 werd "Limburg mijn Vaderland" officieel het Limburgse volkslied en
werd nadien beter bekend naar de regel "Waar in 't bronsgroen eikenhout".