Waterputten in Stein ©

 



Stein, oude welput op het Wilhelminaplein (jaren 30 vorige eeuw)
(met dank aan Piet Schuttelaar)

 

 

 

De welput omstreeks 1900

 

hoek Steskensstraat-Houterend-Kerkstraat

 

de waterput hoek Kruisstraat-Kelderstraat ca 1942

 


Waterput en de Taterstein anno 1930 (plek in de huidige Kelderstraat)
(met dank aan Jan de Jong)

 


De Taterstein en de waterput (ca 1930)

Omdat deze ca 5000 kg zware steen het "verkeer" hinderde is hij eind 19e eeuw begin 20e eeuw onder de grond verdwenen.
Bij graafwerkzaamheden in 1910 werd hij weer opgegraven maar spoedig hierna heeft men hem weer in de grond laten verdwijnen.
Omstreeks 1920 werd de steen bij graafwerkzaamheden definitief blootgelegd.
Geen ketting of kabel was sterk genoeg om de steen te kunnen dragen en hem daarna te vervoeren.
De steen staat nu op een betonnen voet in de nabijheid van de oorspronkelijke vindplaats ("aan de Taterstein" / hoek Kelderstraat-Kuiperstraat).
De openbare waterput is na de komst van de waterleiding uit het straatbeeld verdwenen.

Over de steen en de herkomst hiervan zijn vele gedichten en verhalen geschreven.
Een van de verhalen die in vroegere tijden de ronde deden was, dat in Stein langs de Maas een oude ruige volksstam
"de Taters" zou hebben gewoond met een eigen geheimtaal (het Taters).
Zij zouden de voorvaderen van de latere bokkerijders zijn geweest.
In het door de Maas gevormde moerasgebied was bijna geen landbouw mogelijk.
Om de schoorsteen toch nog een beetje rokend te houden staken zij 's nachts de Maas over om daar op rooftocht te gaan.
Voor de nachtelijke tochten kwamen ze eerst bijeen bij deze grote steen en de hoofdman
stond dan bovenop de steen en sprak zijn bendeleden in het "Taters" toe.