Waterput in Cadier en Keer ©
 

 

In de oude raadsverslagen van de gemeente is niet genotuleerd wanneer de put bij de kerk in gebruik genomen werd.
Eerst in 1887 komt de waterput bij de kerk in de notulen weer ter sprake inzake onderhoud en aanpassing.

Het puthuisje in de Kerkstraat (bouwjaar 1874 en in 1994 door vrijwilligers herbouwd) ...

 

... bij de kerk ...

 

... en bij de eeuwenoude boom.

 

De boom heeft uiteindelijk bij de herinrichting van de Kerkstraat het lootje moeten leggen

 

Het was een mooie plek om verstoppertje te spelen.

 

Voor 1874 ...
 

... was bij de kerk geen openbare waterput.
... waren in Cadier en Keer twee openbare waterputten.

Een van de putten stond "onder in het dorp" in de Oondersjtraot (nu Dorpsstraat) ca 50 meter vanaf de Rijksweg aan de rechterkant.
De put werd ook wel de "onderste put" genoemd.

 

De andere put stond "boven in het dorp" in de "Väörsjtraot" (nu Kerkstraat) bijna aan het bovenste einde van de Kerkstraat.
De put werd ook wel de "bovenste put" genoemd.
Van deze put was bekend dat het water hygiënisch niet altijd van goede kwaliteit was.


Eind december 1857 besloot de gemeenteraad de twee waterputten te voorzien van een dak.
Dit om te voorkomen dat boombladeren en andere vuiligheid in het putwater terecht zouden komen.

 

Na het gereedkomen van de put bij de kerk zou de "bovenste put" in particulier bezit zijn overgegaan.
Er bestaat echter geen zekerheid dat deze informatie juist zou zijn.

Puthuisje met daarin een waterput bij "boerderij Boumans" aan de achterzijde Kerkstraat 144.
Hier zou vroeger de "bovenste put" zijn geweest, doch hierover bestaat nog steeds twijfel.
Een andere locatie zou de plek zijn waar de Kerkstraat en de Limburgerstraat (Echtersjtraot) bij elkaar komen.
Ook in de archieven van de toenmalige gemeente zijn geen stukken aanwezig waaruit de juiste plek kan worden bepaald.