Waterpomp in Roden (Drenthe) ©

 

Ongeveer 30.000 Limburgers belanden in januari en februari 1945 tijdens WO II
per trein in Groningen, Friesland en Drenthe.

Op de avond van de 13e januari 1945 beveelt de Duitse bezetter dat alle inwoners van
Velden, Lomm en Arcen, drie kleine dorpjes gelegen net boven Venlo, in verband met
de heersende oorlogssituatie daar, de volgende morgen hun woning moeten ontruimen
en naar het Duitse plaatsje Straelen moeten vertrekken.
De volgende morgen worden de bewoners uit de huizen gehaald en lopen onder
begeleiding van Duitse militairen met handbagage naar Straelen.
Daar wachten ze uitgeput in het donker op een trein.

In veewagons met op de vloer mest en stro rijden ze een onbekende bestemming tegemoet.
Misschien naar werkkampen, maar dan zien ze tot hun opluchting door spleten in het hout van de wagons
de naam "Winterswijk" op een passerend treinstation.
Er wordt nog een dag en nacht met de trein verder gereden.

Omstreeks 15 januari 1945 bereikt de eerste grote groep evacuees de drie noordelijke provincies.
De meesten van hen komen terecht in Friesland en Groningen, maar ook in Noord-Drenthe.

Vanaf 22 januari 1945 worden ook de inwoners van Roermond en omliggende dorpen naar
veiliger oorden gebracht. Zij lopen twee weken voor de bevrijding van Roermond vijftien kilometer
naar het Duitse grensplaatsje Brüggen om ook daar in veewagons te stappen.
Op 26 en 27 januari 1945 komen ze in Assen aan.

De vlucht uit de oorlogsgebieden, de nachtelijke treintransporten en de bittere kou zorgen
ervoor dat de toestand waarin deze mensen aankomen onbeschrijfelijk is.

In Assen worden de evacuees tijdelijk ondergebracht in een fabriekshal van de Wilco-conservenfabriek,
in de Jozefkerk, de Zuiderkerk, het gebouw van het Leger des Heils, in het Concerthuis
en waarschijnlijk nog in een aantal andere onderkomens.

Ongeveer 3000 Limburgers komen uiteindelijk in Drenthe terecht en worden
via Assen over de provincie verdeeld.
De Asser bevolking en het Rode Kruis doen wat ze konden om het leed wat te verzachten.
Permanent onderdak kan Assen deze mensen nauwelijks bieden.
Op 12 en 13 februari 1945 arriveert ook nog eens een tweede transport met een onbekend
aantal Limburgse evacuees in Assen. Het overgrote deel van deze Limburgers wordt
vanuit Assen over de verschillende dorpen in de provincie verdeeld.
Drenthe presenteert zich als een gastvrije provincie.

Pas in de loop van de maande mei 1945 kunnen de meeste evacuees naar Noord-Limburg
terugkeren. Ze vertrekken even onverwachts als zij kwamen. De ene gaat per trein,
de ander per boor en weer een ander vindt nog een plaats in een auto.
Zo verlaat iedereen binnen de kortste keren het noorden.
Maar de vriendschappen zijn voor het leven.

De provincie Limburg schenkt uit dank een gebrandschilderd raam aan het provinciehuis (thans Drents museum).
Verschillende Limburgse plaatsen en instanties doen dit in de vorm van o.a. een wandbord, een glas-in loodraam etc.

In Roden (gemeente Noordenveld) schenken de evacuees uit Velden aan de Roder gemeenschap een dorpspomp.

 

 

Het monument op het Julianaplein in Roden is een waterpomp van natuursteen bekroond met een bol.
Op de pomp zijn in reliëf twee gemeentewapens van Roden en Velden aangebracht.
De tekst op dit gedenkteken luidt:
"Aandenken van de evacuees uit Velden Limburg, dankbaar aangeboden aan de bevolking van de
gemeente Roden voor de genoten huisvesting tijdens hun evacuatie van 6-1 tot 1-6-1945"