Grevenbicht, Romeinse putrand ©

 

Aan de Greune Paol 16 (v/h Kerkstraat) in Grevenbicht werd door de heer H. Cövers in 1922
tijdens de bouw van een woonhuis deze Romeinse putrand gevonden (8 putrandstenen en 1 draagsteen).
De heer Cörvers kende het belang van de vondst niet en was al begonnen met het in stukken hakken
van twee van de acht opgegraven putrandstenen.
 

 

De putrand van Nievelsteiner zandsteen en met een doorsnede van 2.30 meter was zó bijzonder
dat hij nog in hetzelfde jaar werd overgebracht naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Gezien de grootte van de putrand behoorde de waterput in die tijd mogelijk tot het
openbare "straatmeubilair" in de nederzetting Obbicht-Grevenbicht.
In deze Romeinse kolonie werden veel Romeinse gouden munten en oude beelden gevonden,
alsmede een grindbedding van een Romeinse verbindingsweg met de nabij gelegen heerbaan.

 

 

Na een verblijf van 55 jaar in dit museum werd de putrand in juli 1977 in bruikleen teruggeven aan de toenmalige
gemeente Grevenbicht en geplaatst aan de voet van een grafheuvel of tumulus, die de Jodenberg wordt genoemd.
Deze heuvel is zeer waarschijnlijk een Romeinse grafheuvel omdat hij mogelijk al vanaf
de 17e eeuw als Joodse grafplaats wordt gebruikt.
 

 

Was een waterput vroeger allereerst een plaats waar water werd gehaald, ze was
daardoor ook een plek waar de dagelijkse dorpsnieuwtjes werden uitgewisseld.
Ook in die tijd zal er wel heel wat zijn geroddeld bij de waterput.

 

 

In 2008 werden de zes putrandstenen en één draagsteen overgeplaatst naar de dorpskern van Grevenbicht
(hoek Schoolstraat met de Boulevard, nabij het Gemeenschapshuis) en staat nu niet ver verwijderd van de oude vindplaats.
Op deze wijze wordt het Romeinse verleden van de dorpen Grevenbicht en Obbicht
onder de aandacht gebracht.
De putrand is het vertrekpunt voor een informatieve wandeling langs dat verleden en
negen infozuiltjes zijn de wandelaar hierbij behulpzaam.